Anton Cotteleer

datum:
24 mei tot 21 september 2014
techniek:
beelden in polyester

Inleiding door curator Rob Bruyninckx bij opening tentoonstelling Anton Cotteleer 

 ‘Bij Anton Cotteleer gaan het klassieke met het hedendaagse een verrijkend huwelijk aan.
Antieke beeldhouwkunst uit diverse periodes schemert door in het beeldvocabularium.
Maar de uiteindelijke confrontatie is het resultaat van een bevlogen verbeelding, waar soms letterlijk en figuurlijk een hoek af is, en een groot gevoel voor materialen en picturaliteit.
Anton combineert menselijke en dierlijke vormen met dagelijkse objecten.
De vilten poederachtige huid van de sculpturen is van een geraffineerde schoonheid en geeft de beelden een tijdloos en monumentaal karakter.’
Anton Cotteleer combineert bepaalde kenschetsende elementen uit zijn plastisch onderzoek tot een gesublimeerd beeld en knoopt zo aan bij zowel een bestudeerde als populaire traditie.
Dit resulteert in een zeer herkenbaar en autentiek oeuvre,
zowat het hoogste wat een kunstenaar kan nastreven.
Hij baseert zich hiervoor niet op echte modellen, maar op driedimentionele afbeeldingen van mens en dier, bijvoorbeeld in de vorm van art-déco sculpturen uit de dertiger jaren.
Een zekere nostalgie is latent aanwezig.
Deze figuren zijn dikwijls androgyn, waarbij het niet direct mogelijk is hun ware aard te ontdekken, en zeker ook antropomorf met elementen van zowel mens als dier.
De uitwerking is zowel realistisch als gestileerd.  Soms zelfs bijna abstract.
Elementen met referenties maar oude sculpturen blijven aanwezig.  Denk maar aan het thema der Drie Gratiën, een onderwerp dat zowel de schilders, bijvoorbeeld Raphaël en de beeldhouwers zoals Maillol heeft weten te boeien in de loop der eeuwen.
Aan de basis van Cotteleers interesse voor het fragmentarische en het monochrome liggen juist deze beeldhouwwerken uit de klassieke oudheid die meestal in fragmenten en zonder de oorspronkelijke polychromie tot ons zijn gekomen.
In die zin kunnen we Anton Cotteleer haast een traditionele beeldhouwer noemen.
Hij werkt ook als zodanig, modeleert zijn onderwerpen eerst in klei om ze daarna af te gieten in acrylhars, silicone of polyester.  Hij maakt hierbij gebruik van een mal als gietvorm.
Zijn sculpturen vertonen bijna steeds nog sporen van naden die ontstaan bij dit proces.
Normaal worden deze verwijderd.  De kunstenaar doet dit niet.
Hij laat deze rafelige randen bewust aanwezig zodat men deze zou blijven zien, en ook, om de beelden duidelijk te onderscheiden van het gladde plasticachtige uitzicht dat we aantreffen bij heel wat gebruiksvoorwerpen in de keuken of bij speelgoed.
Ook vertellen deze resten iets over hun maakproces, over het vak van het beeldhouwen op zich.

En de kunstenaar gaat nog wat verder.
Hij plaatst de stukken op een sokkel zodanig dat deze steun zelf deel gaat uitmaken van de sculptuur en er onlosmakelijk mee verbonden is waardoor we niet anders kunnen dan het resultaat als een geheel te bekijken.
Hiervoor maakt de kunstenaar meestal gebruik van recyclagematerialen, metalen stoelpoten, een formicatafeltje, een houten kastje.
Dit verleent het geheel een aantrekkelijk en ietwat voyeuristisch kantje.
En ja, wie denkt goede smaak in pacht te hebben, doet Cotteleers beelden af als kitsch.
Tegenstanders van deze smaak houden dan weer van het uitgesproken subversieve karakter.
Wat de sculpturen ook zo bijzonder maakt, is hun huid.  Deze trekt onmiddellijk onze aandacht.
Ze wordt gevormd door een subtiel aangebracht laagje stof van vermalen vilt, in de handel in vele kleuren verkrijgbaar.  De kunstenaar mengt het rechtstreeks in de verfmassa of strooit het in een op voorhand aangebrachte lijmlaag.
Het gebruik van dit poeder brengt royaal kleur in het werk.  Felle kleur, soms zelfs fluoricerend en schreeuwerig.  Oranje, grasgroen, geel.  Ook getemperd, beige, grijsbruin, baksteenrood.
Hier mengt de ruimtelijke en picturale dimensie zich op een verrassende wijze tot een entiteit.
Dankzij deze kleurrijke fluweelzachte huid krijgen de beelden van Cotteleer zowel iets losbandigs als hypertactiel. Soms tekent de kunstenaar in deze oppervlakte met viltstift en potlood patronen of textielmotieven  waardoor het effect van ‘bekleden’ nog groter wordt. Enerzijds verleent dit de beelden iets artificieels, maar anderzijds en op wat afstand komen ze juist hierdoor tot leven.  Zeker onder de verglijding van scheerlicht worden ze als het ware levende artefacten met een sterke aantrekkingskracht waardoor we de neiging ze aan te willen raken nauwelijks kunnen beheersen.  Toch maar liever niet doen dus …
Anton Cotteleer nodigt de toeschouwer uit om door te dringen tot de privésfeer, om rechtstreeks in contact te treden met de beelden.

De beeldhouwer plaatst zichzelf in de hachelijke positie van een evenwichtskunstenaar.
Met elk van zijn zelfs minimale ingrepen, loopt hij zoals een koortdanser over de gespannen kabel steeds verder gaand in zijn zoektocht naar een schoonheid, zijn schoonheid,
die in al haar tegenstellingen des te meer bevreemdend en surealistisch is.


1
3


Emmaus
PC Bethanië
elimart