Jan Van Munster
tussen plus en min

datum:
22 november 2014 tot 29 maart 2015
techniek:
neonbuis

Inleiding door curator Rob Bruyninckx  bij de opening tentoonstelling Jan Van Munster 

Jan Van Munster
Het werk van Jan Van Munster is niet eenvoudig te vatten.  Het is gebaseerd op tegenstellingen die tegelijkertijd ook weer een eenheid vormen en onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
De rode draad in al zijn realisaties is spanning, kracht en energie.
Om inzicht te bekomen in zijn oeuvre zal ik trachten op chronologische wijze het werk te duiden.  Het ene vloeit namelijk voort uit het andere voorgaande.
Reeds meer dan 50 jaar werkt de kunstenaar aan een zeer coherent, rechtlijnig oeuvre.
Noem het gerust een continue proces, een jarenlange zoektocht naar essentie en inhoud, puurheid, zuiverheid en helderheid.  Maar ook verscheidenheid en complexiteit.
Tijdens dit proces van steeds meer uitpuren en analyseren zijn een aantal items het doel geweest van nader onderzoek.  De belangrijkste hiervan wil ik specifiek belichten.

STEEN
Vanuit de aanvankelijke referenties aan vruchtbaarheid als bron van het leven, in het begin van de jaren zestig, ontwikkelde van Munster een brede benadering van het begrip energie, als universele oerkracht.  Energie zowel als thema maar evenzeer als materie.  Hij gebruikt materialen die dicht bij de natuur staan en tot de traditionele beeldhouwkunst behoren; hout, klei en harde steensoorten als arduin.
De titels die hij aan zijn bolvormige beelden geeft zijn duidelijk van betekenis; Embryo, Vrucht, Ontkieming, Wording.  In deze werken is een inwendige erotische kracht en spanning zichtbaar aanwezig.  Ontstaan en voortbestaan zijn de basis.

POLYESTER

Nadat de kunstenaar in 1965 in contact kwam met de Engelse New Wave, met iemand als Philip King, begint hij gebruik te maken van polyester en plastic.  De vorm van deze sculpturen vertoont in het begin nog verwantschap met de vroegere werken in steen.  Maar het uitgangspunt is wezenlijk anders.  De emotionaliteit en het aspect handwerk is verdwenen.  Door de nieuwe materialen lijkt zijn productie ook fabrieksmatiger.  Hij maakt haast machines, bevruchtingsmachines, een mix van filosofie en techniek.  De werking tussen kunst en wetenschap komt meer en meer op het voorplan.
Evenwel, ook in deze realisaties blijft energie en groei wezenlijk deel uitmaken van de sculpturen.  Deze elementen doen samen met het licht nieuw leven ontstaan.

LICHT
Vanaf 1970 wordt licht het nieuwe gegeven in het werk van Jan Munster.
Licht afgeleid van de zon, bron van alle groei, kracht en weerom energie.  De zon geeft ons op een uur tijd meer energie dan deze welke we op heel de wereld op een dag kunnen verwerken.
Licht is ook schepper van kleur en vorm.
In de kunst is licht dus even onontbeerlijk als ijzer, verf of steen.
Voor de beeldhouwer wordt licht stilaan het belangrijkste materiaal in zijn werk.
Als voorbeeld denk ik aan het kunstwerk ‘vastgeschroefd licht’ uit 1975, waar hij een geprojecteerde lichtbalk letterlijk vastgeschroefd met zware bouten aan de wand.
Hij ontwerpt verder prachtige lichtcirkels door een peertje met een snoer vast te maken aan een draaiende motor opgehangen aan het plafond.
Laat het evenwel duidelijk zijn, steeds gaat het bij de kunstenaar niet alleen om de nagelaten visuele indruk, maar vooral om de energiegeladenheid, die in weze onzichtbaar is.
De energiegeladenheid zit zowel in de behandeling van de immateriële materie als in de tegenstellingen die door het licht opgeroepen kunnen worden; aan en uit, wit-zwart.
Het donker is van evenveel belang als het licht zelf.  Hierdoor maakt van Munster het licht tot een typisch sculpturaal gegeven, waar hij tot op heden gebruik van maakt.
Met licht realiseert hij tientallen werken ook in heel wat openbare ruimten.  Zo plaatst hij een reeks lichtlijnen in de arcade van de Algemene Bank Nederland in Amsterdam en in de wandelgangen van het bekende Kröller Müller Museum in Otterloo.
In Rotterdam monteert de beeldhouwer een grote balancerende energielijn, met de titel ‘Dag en Nacht’, op het dak van de schouwburg.  Op vraag van de Stad Almere, laat van Munster een enorme 55 m hoge lichtmast oprichten in het centrum.
Bij ons in Mechelen hangt een schitterende lichtcirkel boven de straat vlakbij het Dossinmuseum.

WARM-KOUD
Samen met de lichtwerken ontstaan sculpturen waarbij nog andere energiebronnen aan de oorsprong liggen, zoals magnetische kracht en de tegenstelling warm en koud.
De kunstenaar laat metalen platen of draden in koper door elektrische geleiding warmte afstralen of juist tegenovergesteld, door middel van een compressor laat hij juist alle warmte onttrekken.  Hierdoor slaat de vochtigheid die in de ruimte aanwezig is neer op het koude oppervlak.  Het resultaat zijn prachtige sneeuwwitte kristalijne vormen.  Ik denk hierbij aan de reeks ijstafels en het wondermooie ‘No Me Tangere, Raak Me Niet Aan’ uit 1990, dat we zeker een sacraal werk kunnen noemen.
Bij deze ijle en serene beelden die uiteraard zeer kwetsbaar zijn, is aanraken uit den boze.  Hierdoor ontstaat een nieuwe tegenstelling namelijk het aantrekkelijke en afstotende, soms zelfs ronduit gevaarlijke.  De schoonheid van het gevaar en de pracht van het onaantastbare worden inderdaad ook hier uitzonderlijk belichaamd.
In de serie ‘Frozen Lightning’ herkennen we de aanzet tot de latere neonrealisaties die in de tentoonstelling zijn opgenomen. Weerom een raakpunt, het ene komt uit het andere.

PLUS EN MIN
Steeds opnieuw onderzoekt Jan Van Munster de vele verschijningsvormen van energie.  Dat was en blijft zijn uitgangspunt.
Warmte en koude, licht en duisternis, spanning en ontlading, compressie en expansie, zichtbaar en onzichtbaar.  Al deze elementen getuigen van de polariteit in zijn oeuvre.
Voor deze tegenstellingen heeft de kunstenaar in globo de tekens + en – gekozen.
‘Tussen plus en min’ is niet toevallig de naam die hij aan deze expo gaf.  Hij wil in ruime zin de actie die ook binnen deze muren dagelijks plaatsvindt omschrijven.
Vanaf einde jaren 80, ontstaan een grote reeks beelden in zwart graniet, een voorkeursmateriaal omdat de beeldhouwer het beschouwt als gestolde energie, resultaat van een eeuwenlange krachtinspanning van de aarde.
Deze gitzwarte objecten met hooggepolijst oppervlak zijn even aantrekkelijk als gesloten.  De beelden trekken aan maar weren tegelijk af.  Dikwijls zijn ze gemarkeerd met plus- en mintekens, of bestaan als enorme of kleine plus en mins op zichzelf.
Soms zijn deze tekens zichtbaar aan de zijkanten of boven en onder.  Soms zijn ze verdoken aangebracht zoals bovenaan lange rechtopstaande cylinders, waarvoor de kunstenaar zijn eigen lengte, 1,72 m, als maatstaf nam.
Ook voor de grote zware plus en min in graniet die hij ontwierp voor het beeldenpark van Kröller Müller, bepaalde deze lengte het formaat.
Als neonsculpturen krijgen plus en min vaak toepassingen in de architectuur.
Zowel binnen in de ruimte als buiten op de gevel zijn ze te ontdekken.
In een latere reeks, die ook uit gietijzer en brons bestaat, worden de tekens niet meer uitgespaard en ingelegd met contrasterende kleurgraniet, maar gevuld met kwik.
Kwik, een agressief en eerder gevaarlijke materie, weet dan weerom schoonheid als gevaar op te roepen.  In een later stadium wordt de kunstenaar verplicht het gebruik van kwik stop te zetten wegens te giftig voor de volksgezondheid.
Een van de hoogtepunten is de oprichting van de Stichting Plus en Min in Renesse, de voormalige woonplaats van Jan van Munster.

Twee paviljoenen een in plusvorm en het andere in minvorm, opgericht in de tuin als kunstencentrum.  Ze staan ter beschikking van jonge beloftevolle kunstenaars.  Deze kunnen er een tijdlang verblijven om er op het einde hun ter plaatse gemaakte werken te exposeren.
Wanneer de kunstenaar later naar Vlissingen verhuist, worden in de mooie omgeving van het IK-eiland, ook twee paviljoenen opgenomen.  Deze keer in de vormen van een I en een K.  Dit kunstencentrum beheerd door de Stichting IK wordt geleid door mevrouw Bea Weuthen, partner van Jan.

IK
IK wordt nu de standaard.
De kunstenaar verklaart hierover, ik citeer: ‘In de loop der jaren heb ik heel wat objecten in verschillende materialen gemaakt, waarvan de maat werd bepaald door mijn eigen lichaamslengte.  Zo kwam ik op het gegeven IK.
Als teken heeft IK zich ontwikkeld tot een driedimentionaal onderwerp, net zoals plus en min, zodat je het kan ervaren als een sculptuur.  Maar IK is ook genereus, ieder individu kan zich ermee identificeren. IK gaat een dialoog aan, roept vragen op.’
Tot zover de kunstenaar.
Van Munster gebruikt het woord IK niet als een begrip, maar als suggestief teken dat de weg vrijmaakt naar een spirituele ruimte waarbinnen men als waarnemer actief is.
IK krijgt prachtige toepassingen in steen, gietijzer, neon en zelfs als pyrogravure.

Een toprealisatie is het metershoge niet te missen IK sculptuur in neon op het gebouw van de Belastingsdienst in Utrecht.
Jan van Munster werkt eigenlijk al zijn hele carrière aan de verbeelding van de IK-persoon.  Het is de ultieme staat van de kunstenaar op zoek naar beelden die in essentie de wereld samenvatten.
Iets dergelijks geldt ook voor Brainwaves, voortgekomen uit registraties van gemetenhersenactiviteit bij hemzelf.  Brainwaves zijn voor de kunstenaar persoonlijke attributen, uitingen van persoonlijke energie.
Vruchtbaarheid, plus en min tegenpolen in alle variaties, IK-symbool …
In het werk van Jan van Munster zijn haast alle aspecten van het leven ingebed.  Hierdoor is zijn werk als het ware illustratief te noemen, voor het gebeuren in elim.


1
3


Emmaus
PC Bethanië
elimart